Bobslee

Ik haat pretparken, maar soms ontkom je er niet aan. Dus ja, ook ik was ooit in de Efteling. Ik meed de Python en wildwaterbanen, maar voor ik het stigma ‘zij durft alleen het Sprookjesbos in’ kreeg, zei ik bij het zien van Bobsleebaan dapper: ‘Dit durf ik wel’.

Nu nog herinner ik me het aangenaam opvoeren van de spanning in mijn buik, toen de bobslee naar boven kroop, met mij erin. Voor me zat een kleuter met zijn vader. Op het hoogste eind aangekomen glimlachte ik nog even stoer achterom naar mijn vriend, voor we in ijzingwekkende vaart naar beneden stortten.

Totale paniek. Minutenlang bevond ik me in een vacuüm, krijsend en tranen sproeiend als een op hol geslagen tuinslang. De man voor me liep permanente gehoorschade op en toen we uiteindelijk uitstapten, keek zijn kind me minachtend aan.

Dat moment: niet weten wat je te wachten staat, in vol besef dat er geen weg meer terug is, gestaag hobbelend naar het hoogste punt: diezelfde sensatie heb ik ook voor er een nieuw boek van me uitkomt. Ik verheug me en ben tegelijkertijd misselijk van angst: bang dat ik tijdens de boekpresentatie van het podium val, of op de dag zelf wakker wordt met een pussend oog. De grootste angst is natuurlijk dat mensen over een tijdje gegeneerd zullen zwijgen als ze me tegenkomen, omdat ze een kijkje in mijn hersenpan hebben genomen en dat ze slecht is bevallen. Op de dag zelf is er geen stoppen meer aan: ik ga die rit maken. Op 1 oktober is het weer zover. Gelukkig weet ik na vijf boeken dat ik het er in elk geval zonder krijsen en tranen van af zal brengen.