Foto’s: Hester Doove

Korte biografie Carla de Jong

Carla de Jong studeerde Nederlands, Verpleegkunde en Sociale wetenschappen. Als adviseur/trainer in het bedrijfsleven en de gezondheidszorg schreef zij talloze zakelijke teksten en artikelen, voor zij besloot om haar oude schrijversdroom na te jagen. Haar debuutroman In retraite verscheen in 2009 en werd lovend ontvangen. Nog datzelfde jaar verscheen de thriller Serpent (Gouden Strop nominatie 2010).
Outcast (thriller, 2010) en Gebroken Wit (roman, 2012) volgden en in 2014 verscheen De ingreep (thriller). Met Nooit meer regen (oktober 2015) keerde zij terug naar de psychologische roman, een genre dat haar bijzonder goed ligt. Februari 2017 verschijnt De Johansons.

Carla is daarnaast verbonden aan de Schrijversacademie, waar zij de basisopleiding en de specialisaties Romans en Thriller schrijven doceert. Voor de Querido Academie verzorgt zij De Meesterproef. Carla was in 2014 en 2012 lid van de jury voor de Schaduwprijs: de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige spannende debuut.
Carla is initiatiefnemer van de maandelijkse Literaire salon DeJong&DeJong Boekensalon die zij vanaf februari 2014 samen met collega auteur Annet de Jong presenteert.

Carla woont in Amsterdam met haar man, hun twee kinderen, een kat en een hond.

Interview

VVraag: Ben je alleen schrijver, of heb je daarnaast nog een baan? Kun je het combineren?

‘Ik durf mezelf pas schrijver te noemen sinds ik in 2009 ben gedebuteerd, maar schrijven is al mijn levenlang een grote liefde met de nodige concurrenten. Ik werk daarnaast als adviseur, ben docent aan de Schrijversacademie, geef masterclasses schrijven en ik heb een gezin. Begin 2014 ben ik daarnaast met collega Annet de Jong een literaire salon begonnen. Inmiddels hebben we al een keur aan topauteurs ontvangen. De combinatie schrijven en aanverwante activiteiten, gezin en werk is redelijk in balans, al kraken de uren op een dag soms nog steeds uit hun voegen.’

VVraag: Schrijf je alleen romans?

‘Ik heb zowel thrillers als romans geschreven en heb lang geaarzeld of ik hierin een keuze zou maken. Mijn romans werden vaak spannend genoemd en mijn thrillers kregen juist soms als kritiek dat ze niet nagelbijtend genoeg waren. Wel merkten de meeste critici op dat mijn kracht ligt in de ontwikkeling van de karakters, de dialogen en de dynamiek tussen mensen. Daar geniet ik als schrijver ook het meeste van. Inmiddels heb ik de knoop doorgehakt: ik ga voor de meeslepende roman, de ‘upmarket good read‘. Het is het genre dat ik zelf het liefste lees en mijn pen beweegt van nature die kant op. Nooit meer regen markeert voor mij dus een nieuwe fase in mijn schrijverschap. Het grappige is dat de eerste versie van de roman door de uitgever als spannend werd beoordeeld. Ik besloot het hele manuscript opnieuw te schrijven en mezelf streng toe te spreken als ik thrillertrucs uit de kast wilde toveren, zoals vette cliffhangers aan het einde van een hoofdstuk. Omdat ik het verhaal al kende kon ik me meer op mijn stijl concentreren en ontdekte ik dat het loslaten van een deel van mijn oude repertoire, nog meer ruimte gaf aan mijn personages. Ik heb mijn draai gevonden. Bij De Johansons had ik direct de juiste toon te pakken en inmiddels is er al een volgende roman in ruwe vorm klaar. Ik loop graag vooruit, dat geeft me de rust om te redigeren.

VVraag: Stel je jezelf doelen als je aan het schrijven bent?

‘In de scheppingsfase van een boek ben ik niet erg planmatig en schrijf ik zeer onregelmatig. Als ik ga zitten en een goed verhaal heb en mijn personages voor me gaan leven, stromen de woorden wel makkelijk uit mijn handen. Op een goede dag schrijf ik een paar duizend woorden, maar ik heb ook wel eens weken dat het boek stagneert. Dat kan uit simpel tijdgebrek zijn, maar soms moeten de plot en de personages nog wat meer gisten. Ik denk er dan wel voortdurend aan, dus het is niet zo dat er in die weken niets gebeurt. In de redactiefase ben ik uiterst gedisciplineerd. Ik werk dan vrijwel elke avond en op mijn vrije dagen. Het eerste dat ik inpak als ik op vakantie ga is mijn laptop. Dat zijn mijn meest productieve weken.’

VVraag: Waaraan moet een boek voldoen als het voor jou geslaagd is?

‘Ik wil meegevoerd worden in een verhaal. Ik heb een vrij ‘Amerikaanse’ smaak: een krachtige plot, vaart en goede spanningsboog zijn voor mij belangrijk. Ik wil ook geraakt worden door de personages. Zo probeer ik ook te schrijven.’

VVraag: Welke boeken lees je zelf graag?

‘Ik lees graag Amerikanen, zoals Philip Roth en Ann Tyler, die een meester is in het tot leven blazen van haar vaak gemankeerde hoofdpersonen. Jonathan Franzen vind ik geweldig, vooral De Correcties, maar ook Vrijheid mag er wezen. John Irving heeft een aantal prachtige verhalen, zoals Weduwe voor een jaar. Ik hou van een stevige plot. Onovertroffen is die van De vliegeraar. Op vakantie lees ik graag de betere detectives, zoals de vroege Elisabeth George, Ruth Rendell en PD James. Gejaagd door de wind, heeft me als achttienjarige diep geraakt. Toen ik het uit had heb ik een week gehuild. Ik heb later geprobeerd het nog een keer te lezen, maar kwam er niet meer in.’

VVraag: Met het verschijnen van Gebroken Wit in april 2012 hebt je in drie jaar tijd vier boeken gepubliceerd. Waar komt jouw drang om te schrijven uit voort?

‘Het is vooral heerlijk om te schrijven. Als kind had ik twee dromen: ik wilde schrijfster worden en verpleegster. De tweede droom was ‘erfelijk’ via de genen van moeder en grootmoeder. De eerste was authentiek, vanaf het moment dat ik kon schrijven, deed ik niet anders. Ik schreef gedichten, korte verhalen en op mijn tiende een eerste boek. Ik juichte als er strafwerk kwam in de vorm van een opstel. Na de middelbare school ben ik Nederlands gaan studeren met als doel schrijfster te worden. Mijn behoefte aan zingeving leidde ertoe dat de tweede droom tijdelijk won. Ik studeerde verpleegkunde en sociale wetenschappen en werkte jaren in de psychiatrie, onder andere als groepstherapeut. Het schrijven bleef knagen. In de tien jaar dat ik als organisatieadviseur werkte, stortte ik me op offertes, rapportages en artikelen. Uiteindelijk kon ik in het zakelijk schrijven niet genoeg kwijt. De klik kwam toen ik in een interview met Maria Goos een zin las die me vol trof: ‘Ik ben er nu wel achter, schrijven is mijn leven.’ Ja, zo is het, dacht ik. Na het lezen van dat interview ben ik achter mijn computer gekropen en drie maanden later had ik mijn eerste thriller geschreven, die overigens het daglicht niet heeft mogen aanschouwen. De drang zit heel diep, denk ik. Ik ben onthand als er niets te schrijven is.’

VVraag: Als je jezelf in vier woorden moest karakteriseren, welke zouden dat zijn?

‘Vrouw, moeder, schrijfster, vriendin.’

VVraag: Heb je naast schrijven, werk en gezin nog tijd voor hobby’s?

‘Ik streef er eigenlijk naar op alle vlakken lol te hebben, ook in mijn werk en dat lukt aardig. Schrijven is nog steeds mijn grootste hobby. Als ik schrijf ben ik volkomen in balans. Schrijversstress is me vreemd. Achter mijn computer ben ik in mijn tweede wereld. Voor mijn gezin is dat soms heel ergerlijk, want ik ben onbereikbaar, hoewel ik mijn werkplek pontificaal in de huiskamer heb. Om mijn hoofd leeg te maken sport ik veel. Maar een avondje slempen met vriendinnen komt gelukkig ook nog voor.’