Foto’s: Bonnita Postma
Korte biografie Carla de Jong
Carla de Jong begint haar loopbaan als verpleegkundige en sociodramatherapeut in de acute psychiatrie. Na haar doctoraal Sociale wetenschappen schrijft zij als organisatieadviseur in het bedrijfsleven en de gezondheidszorg talloze zakelijke teksten en artikelen, voor zij besluit om haar oude schrijversdroom na te jagen. Haar debuutroman In retraite verschijnt in 2009 en wordt lovend ontvangen. Nog datzelfde jaar verschijnt de thriller Serpent (Gouden Strop nominatie 2010). Outcast (thriller, 2010), Gebroken Wit (roman, 2012) en in 2014 De ingreep (thriller) volgen. Met Nooit meer regen (oktober 2015), De Johansons (april 2017), Geheim leven (april 2019) en De sessies (juli 2020) keert zij terug naar de psychologische roman, een genre dat haar goed ligt.
Op 4 februari 2025 verschijnt haar tiende roman. Een in veel opzichten bijzonder historische roman. Hierover blogt zij de komende maanden.
Carla is als schrijfdocent verbonden aan de Schrijversacademie en de Querido Academie en is voorzitter van het bestuur van de Culturele Apotheek, een organisatie die zich inzet om mensen de helende kracht van literatuur te laten ervaren. In haar werk als organisatieadviseur zet zij zich in voor gezonde samenwerking in teams, en voor de zorg voor mensen met dementie en probleemgedrag. In 2012 en 2014 is zij als bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM) jurylid voor de Schaduwprijs: de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige spannende debuut. Ook host zij van 2014-2017 met collega Annet de Jong een maandelijkste literaire talkshow en interviewt tal van auteurs.
Carla woont in Amsterdam met haar man, een kat en een hond.
Interview
VVraag: Ben je alleen schrijver, of heb je daarnaast nog een baan? Kun je het combineren?
‘Ik durf mezelf pas schrijver te noemen sinds ik in 2009 ben gedebuteerd, maar schrijven is al mijn levenlang een grote liefde met de nodige concurrenten. Ik werk daarnaast als organisatieadviseur en coach, ben schrijfdocent aan de Schrijversacademie en de Querido Academie en doe vrijwilligerswerk als voorzitter van het bestuur van de Culturele Apotheek. De combinatie van dat alles en een privé leven is redelijk in balans, al kraken de uren op een dag soms nog steeds uit hun voegen. Toch zou ik niet anders willen, met alleen het schrijversbestaan zou ik me niet maatschappelijk verankerd voelen.’
VVraag: Schrijf je alleen romans?
‘Ik heb zowel thrillers als romans geschreven en heb lang geaarzeld of ik hierin een keuze zou maken. Mijn romans werden vaak spannend genoemd en mijn thrillers kregen juist soms als kritiek dat ze niet nagelbijtend genoeg waren. Wel merkten de meeste critici op dat mijn kracht ligt in de ontwikkeling van de karakters, de dialogen en de dynamiek tussen mensen. Daar geniet ik als schrijver ook het meeste van. Inmiddels heb ik de knoop doorgehakt: ik ga voor de meeslepende roman met een bite. Het is het genre dat ik zelf het liefste lees en mijn pen beweegt van nature die kant op.
VVraag: Stel je jezelf doelen als je aan het schrijven bent?
‘In de scheppingsfase van een boek ben ik niet erg planmatig en schrijf ik zeer onregelmatig. Als ik ga zitten en een goed verhaal heb en mijn personages voor me gaan leven, stromen de woorden wel makkelijk uit mijn handen. Op een goede dag schrijf ik een paar duizend woorden, maar ik heb ook wel eens weken dat het boek stagneert. Dat kan uit simpel tijdgebrek zijn, maar soms moeten de plot en de personages nog wat meer gisten. Ik denk er dan wel voortdurend aan, dus het is niet zo dat er in die weken niets gebeurt. In de redactiefase ben ik uiterst gedisciplineerd. Ik werk dan vrijwel elke avond en op mijn vrije dagen. Het eerste dat ik inpak als ik op vakantie ga is mijn laptop. Dat zijn mijn meest productieve weken.’
VVraag: Vertel eens wat meer over het schrijfproces bij Hoe klein de wereld is.
‘Hoe klein de wereld is, was een avontuur voor mij als schrijver. In mijn blogs lees je hier meer over. Hoe pak je een roman op waar een overleden schrijver – Walter Lucius – aan is begonnen? Ik heb het verhaal echt van buiten naar binnen moeten halen voor ik in flow kwam en mijn pen stroomde. Het is mijn dikste roman geworden, en vanwege het historische karakter heb ik veel moeten nazoeken. Walter had al enorm veel research gedaan. Dat was waardevol, maar deels nog ongeordend materiaal, wat weer nieuwe vragen bij me opriep. Google werd mijn grote vriend. Ik moet zeggen dat ik de smaak van de historische roman wel te pakken heb gekregen.’
VVraag: Welke boeken lees je zelf graag?
‘Ik lees graag Amerikanen, zoals Philip Roth en Ann Tyler, die een meester is in het tot leven blazen van haar vaak gemankeerde hoofdpersonen. Ook De Cazalets van Elizabeth Jane Howard heb ik verslonden. Heerlijk om met zo’n familie mee te groeien. De Correcties van Johathan Franzen vond ik geweldig. Zuiver vond ik helaas niet om doorheen te komen, maar met Kruispunt is hij voor mij weer de onbetwiste meester. John Irving heeft een aantal prachtige verhalen, zoals Weduwe voor een jaar. Ik hou van een stevige plot. Gejaagd door de wind, heeft me als achttienjarige diep geraakt. Toen ik het uit had heb ik een week gehuild. Ik heb het onlangs herlezen, nu met een technisch oog en snap dat dit boek in 1937 de Pulitzer prijs heeft gewonnen, het zit zo gelaagd in elkaar, en schetst een beeld van de omwenteling in Amerika. Volkomen onterecht dat er soms laatdunkend over gedaan. Natuurlijk is het naar huidige maatstaven verre van woke, maar dat geldt voor veel literatuur. Ik vind het juist interessant om de tijdsgeest terug te zien in een roman, die stemt tot nadenken.’
VVraag: Hoe klein de wereld is, is jouw tiende roman in 15 jaar tijd. Hoe kom je aan je verhalen?
‘De verhalen komen vanzelf naar me toe. Dat klinkt onwaarschijnlijk en toch is het zoals ik het ervaar. Ik raak geïntrigeerd door iets en dat gaat gisten tot de contouren van een verhaal verschijnen. Schrijven is mijn manier van uiten en van ordenen van de chaos die het leven vaak is. Dat is het al heel lang. Als kind had ik twee dromen: ik wilde schrijfster worden en verpleegster. De tweede droom was ‘erfelijk’ via de genen van moeder en grootmoeder. De eerste was authentiek, vanaf het moment dat ik kon schrijven, deed ik niet anders. Ik schreef gedichten, korte verhalen en op mijn tiende een eerste boek. Ik juichte als er strafwerk kwam in de vorm van een opstel. Na de middelbare school ben ik Nederlands gaan studeren met als doel schrijfster te worden. Mijn behoefte aan zingeving leidde ertoe dat de tweede droom tijdelijk won. Ik studeerde verpleegkunde en sociale wetenschappen en werkte jaren in de psychiatrie, onder andere als groepstherapeut. Het schrijven bleef knagen. In de tien jaar dat ik als organisatieadviseur werkte, stortte ik me op offertes, rapportages en artikelen. Uiteindelijk kon ik in het zakelijk schrijven niet genoeg kwijt. De klik kwam toen ik in een interview met Maria Goos een zin las die me vol trof: ‘Ik ben er nu wel achter, schrijven is mijn leven.’ Ja, zo is het, dacht ik. Na het lezen van dat interview ben ik achter mijn computer gekropen en drie maanden later had ik mijn eerste thriller geschreven, die overigens het daglicht niet heeft mogen aanschouwen. De drang zit heel diep, denk ik. Ik ben onthand als er niets te schrijven is.’
VVraag: Als je jezelf in vier woorden moest karakteriseren, welke zouden dat zijn?
‘Vrouw, moeder, schrijver, vriendin.’
VVraag: Heb je naast schrijven, werk en gezin nog tijd voor hobby’s?
‘Ik streef er eigenlijk naar op alle vlakken lol te hebben, ook in mijn werk en dat lukt aardig. Schrijven is nog steeds mijn grootste hobby. Als ik schrijf ben ik volkomen in balans. Schrijversstress is me vreemd. Achter mijn computer ben ik in mijn tweede wereld. Voor mijn man is dat soms heel ergerlijk, want ik ben onbereikbaar, hoewel ik mijn werkplek pontificaal in de huiskamer heb.’




